Een zware jongen uit De Pijp
De onaantastbare Gwenette Martha
door Paul Vugts
Zowel in het milieu als binnen opsporingsdiensten geniet Gwenette Martha (36) een reputatie als een ‘doorgroeier', een kleine straatcrimineel die doordringt tot de top van de Amsterdamse onderwereld. Hij is lang ongrijpbaar. Als hij in april 2008 voor het eerst tot een meerjarige celstraf is veroordeeld, ontsnapt hij geen maand later, met oog voor traditie, via een touwladder. Toch, zijn aureool van onschendbaarheid valt af. Zowel in de aanloop naar de strafzaak die hem uiteindelijk zeven jaar cel kost als na zijn vlucht uit de gevangenis loopt hij door stommiteiten in de val. Hij rijdt beide keren in een verkeersfuik.
Gwenette Girigorie Martha (7 februari 1974, Curaçao) is een man zonder schaduw. Al medio jaren negentig, hij is nauwelijks een twintiger, verwerft hij zowel binnen de Amsterdamse onderwereld als in kringen van de hoofdstedelijke recherche enig aanzien door zijn onnavolgbaarheid. Hij is zo ‘scherp' en opereert zo professioneel dat zelfs doorgewinterde rechercheurs geen greep op hem krijgen. Martha heeft zo zijn anekdotes aan zich hangen. Zo heeft een observatieteam in een onderzoek naar zijn overvallen een baken geplaatst onder zijn auto. Hij merkt het onmiddellijk op, en doet een tegenzet. Hij plakt de peilzender onder een van de auto's van het observatieteam. Verwarring alom, als de ene observatiewagen achter de andere blijkt aan te jagen, terwijl Martha doodgemoedereerd is ontkomen. Uiteindelijk leidt het voorval toch ook tot hilariteit onder de rechercheurs, vooral onder degenen die dit níet is overkomen.
Nog eentje. Martha loopt een winkel uit in de Zeilstraat, in Amsterdam-Zuid. Hij knipoogt naar de leden van het observatieteam die zich dan nog ongezien wanen. Hij pakt een blauw zwaailicht uit zijn bolide, plaatst het op zijn dak en geeft vol gas. Het observatieteam kan enigszins gegeneerd terug naar het hoofdkwartier. Het korps maakt proces-verbaal op van diefstal van het zwaailicht, dat wel, maar als het opsporen en achtervolgen van criminelen is te beschouwen als een wedren tussen de rechercheteams en de onderwereld, is het 2-0 voor de Antilliaan uit De Pijp.
Jaren blijft hij vervolgens ongrijpbaar. Martha pleegt, anders dan veel van zijn collega's, geen domme telefoontjes met zijn gsm's. Hij laat zich niet schaduwen, gebruikt scanapparatuur die peilbakens opspoort of verstoort en omringt zich met vaste getrouwen - jeugdvrienden, veelal, onder wie de broers Boneka en Etus Belserang, wat Surinamers en een paar Marokkanen.
Kickboksliefhebber
Als een observatieteam hem op 25 juli 2003, jaren na voornoemde incidenten, nog eens ‘een staart geeft' tijdens een verwachte drugsoverdracht vlak bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam-Zuidoost, zijn de achtervolgers binnen een half uur ‘stuk', ontdekt. Martha spreekt ze doodleuk aan. ‘Goedenavond.' Deze man is niet te bespieden.
Des te opmerkelijker is het dat heel eenvoudige middelen hem uiteindelijk opbreken, zowel in 2006 als in 2009, na zijn ontsnapping uit het Huis van Bewaring in Heerhugowaard. Hij rijdt zich klem in gewone verkeersfuiken. [lees verder in Koud bloed 8]