De grootste zaak uit de geschiedenis van de FBI
De thriller van de miltvuurbrieven
door Martin Enserink
Vlak na de vliegtuigaanslagen van 11 september 2001 raakten de Verenigde Staten in de greep van een nog angstaanjagender dreiging: aanslagen via de post met levensgevaarlijke miltvuurbacteriën. De zaak van de poederbrieven, die vijf levens eiste, groeide uit tot het grootste en duurste opsporingsonderzoek in de geschiedenis van de FBI. Een dader werd niet gevonden, totdat de FBI deze zomer meldde dat de zaak was opgelost met de zelfmoord van Bruce Ivins, een miltvuuronderzoeker van het Amerikaanse leger. Hij zou zijn bezweken onder de druk van zijn aanstaande arrestatie. Martin Enserink, redacteur van het wetenschappelijke toptijdschrift Science, voelde de paniek in zijn toenmalige woonplaats Washington en volgde de zaak sinds 2001 op de voet. Ligt de mysterieuze bioterrorist nu inderdaad op het kerkhof?
**
Larry Bush was verbijsterd. Als specialist in infectieziekten dacht hij dat hij alles al had gezien, maar de diagnose die hij op 2 oktober 2001 bij Bob Stevens moest maken was een unicum in zijn carrière. Sterker nog: het was een diagnose die in Amerika al minstens een kwart eeuw niet meer was gesteld.
Stevens, een 63-jarige fotoredacteur bij The Sun, een tabloid in Florida, was om twee uur ’s nachts door zijn vrouw naar het John F. Kennedy Medical Center in Atlantis gereden, nadat hij van de ene dag op de andere doodziek was geworden. Stevens had hoge koorts, moest braken, en was kortademig en in de war. Na aankomst in het ziekenhuis had hij een zware epileptische aanval gehad.
Onder zijn microscoop zag Bush in een preparaatje van Stevens’ ruggenmergvocht honderden lange, dunne celletjes, tegen elkaar aan liggend als een streng worstjes – het typische uiterlijk van Bacillus-bacteriën. Van de drie Bacillus-soorten die mensen ziek maken, kon Bush er om verschillende redenen twee uitsluiten, zodat er slechts één onrustbarende conclusie overbleef: Stevens had miltvuur.
Zo begon, precies drie weken na de aanslagen van 9/11, een van de grootste medische thrillers van deze tijd: de Amerikaanse miltvuuraanslagen. Bob Stevens stierf drie dagen later. Bij eenentwintig andere mensen werd in de weken daarna ook miltvuur (‘antrax’) vastgesteld. De oorzaak, zo werd snel duidelijk: een serie mysterieuze brieven, verstuurd aan media en politici, waarin een klein beetje miltvuurpoeder was gestopt.
Nieuw sterfgeval
Amerika raakte aan de rand van een collectieve zenuwinzinking. Bioterrorisme werd een topprioriteit van de regering-Bush, die miljarden pompte in tegenmaatregelen. De brieven groeiden uit tot de grootste zaak ooit in de geschiedenis van de Federal Bureau of Investigation (FBI). Maar ondanks tientallen miljoenen dollars, jaren speurwerk en interviews met meer dan negenduizend mensen, leek het onderzoek tot voor kort muurvast te zitten.
Deze zomer leek een nieuw sterfgeval echter abrupt een einde te maken aan de zaak. In de badkamer van zijn huis in Frederick, een stad ten noorden van Washington, nam Bruce Edwards Ivins, een miltvuuronderzoeker van het Amerikaanse leger, op 27 juli een overdosis paracetamol en codeïne in. Ivins, werkzaam bij het U.S. Army Medical Research Institute of Infectious Diseases, stierf twee dagen later in een lokaal ziekenhuis. Volgens de FBI is er geen twijfel aan: het was Ivins die zeven jaar geleden de dodelijke brieven verstuurde. Justitie stond op het punt om hem officieel in staat van beschuldiging te stellen.
Intussen is een deel van het bewijs in de zaak vrijgegeven. Het is duidelijk dat Ivins zware psychische problemen had en zich merkwaardig gedroeg. Genetisch onderzoek lijkt te hebben aangetoond dat de miltvuurbacteriën in zijn lab precies overeenkwamen met het dodelijke poeder in de brieven. Maar waterdicht is het bewijs allerminst, en bij menigeen knaagt de twijfel. Wie was Bruce Ivins? Heeft hij werkelijk na tientallen jaren onderzoek aan medicijnen en vaccins tegen antrax een serie dodelijke enveloppen op de bus gedaan, en zo ja: waarom? En werkte hij alleen? Bijna vier maanden na Ivins’ dood zijn die vragen nog verre van beantwoord. [lees verder in Koud bloed 3]