De vriendin van de ‘klusjesman’ spreekt
Rozen voor de Wittenbergs
door Meike Wittermans
Meike Wittermans is de vriendin van Michaël de Jong, die door de Deventer moordzaak bekend is komen te staan als ‘de klusjesman’. Een typering die haar stoort omdat deze in haar ogen een vals beeld geeft van de relatie tussen Michaël en de vermoorde weduwe Wittenberg. Zij blikt terug op de gebeurtenissen van 1999, het jaar waarin het leven van Michaël en Meike beslissend veranderde. ‘Wij zijn stille minimensjes geworden die achter altijd gesloten gordijnen de scherven van een verwoest leven bij elkaar sprokkelen.’
In de hal van het politiebureau zit een man. Het is half elf ’s avonds en bijna iedereen is al naar huis. In een kamer achter de balie is een agente bij het licht van een bureaulampje aan het werk. De man zit roerloos. Als er boven een deur opengaat, kijkt hij op. Er komt een dodelijk vermoeide vrouw de trap af. Bij iedere trede moet ze zich vasthouden aan de leuning. Pas als ze beneden is, ziet ze hem: ‘Michaël?’
Ik ben die vrouw op de trap. Ik kom uit een verhoorkamer, waar ik net urenlang met de recherche heb gesproken. Mevrouw Wittenberg is dood in haar huis gevonden, ze is op afschuwelijke wijze vermoord en de politie is al dagen bezig iedereen in haar kennissenkring te ondervragen. Het is september 1999, Big Brother gaat van start, Willem Alexander laat ons een eerste glimp van zijn Maxima zien en in Moskou wordt Raisa Gorbatsjov begraven. Deze historische gebeurtenissen ontgaan me op dat moment.
De recherche vroeg duizend-en-één dingen over de Wittenbergs, over Michaël, over mijn en zijn ouders, onze jeugd, opleidingen, onze vrienden, wat we verdienden en waar wij ons geld aan uitgaven. Ik gaf zo veel mogelijk informatie, hoewel de relevantie van sommige intieme vragen me totaal ontging. Ik heb er geen moment aan gedacht dat al deze gevoelige informatie ooit in verkeerde handen terecht zou kunnen komen. Ik moest mijn verdriet en ontzetting over de moord maar opzij zetten, ik was een grote meid, ik moest me er doorheen slaan.
Langzaam dringt het tot Michaël door dat mevrouw Wittenberg is vermoord. Hij is mat en emotioneel, verdrietig en boos tegelijk. Wat is tijdens die verhoren gebeurd met mijn grote vent, ruim honderd kilo zonder vrees, de man voor wie geen zee te hoog gaat? De deuren van het politiebureau gaan achter ons dicht. Het voelt alsof ik naakt op straat sta.
[lees verder in Koud bloed 7]